![]() |
#1
|
||||
|
||||
![]()
Paul Sebes: “De roman wordt een vrouwenzaak, en mannen haken af. Zo delft de boekencultuur haar eigen graf”
Vroeger bepaalden romans het publieke gesprek, nu podcasts en series, ziet literair agent Paul Sebes. Boeken zijn verdwenen uit het hart van onze cultuur. We leven in een tijd waarin het boek nog steeds overal te zien is, maar zijn betekenis vrijwel geruisloos is uitgehold. Het papieren object blijft bestaan, maar het boek als intellectuele en verbeeldende krachtbron verdwijnt uit het centrum van onze cultuur. Vooral de literaire roman en de literaire non-fictie verliezen terrein: als kunstvorm, als autonome denkwereld, als plaats waar complexiteit en morele ambiguïteit worden getolereerd. Mannen lezen nog nauwelijks, het uitgeefvak feminiseert, mensen leven massaal op sociale media en lezen steeds vaker alleen in het Engels. Verhalen moeten bij voorkeur ‘echt gebeurd’ zijn – en dan is er natuurlijk nog AI. Het verdwijnen van de mannelijke schrijver en lezer is geen triviaal verschijnsel, maar een symptoom van een verschuivend boekenlandschap. Uitgevers richten zich op een vrouwelijk publiek van 30 tot 65 jaar, met een voorkeur voor relationele dynamiek, historische troost en soms wat licht psychologisch inzicht (in de bestsellerlijsten zijn vrouwelijke auteurs en zogenaamde ‘vrouwenboeken’ sterk oververtegenwoordigd). Tegelijk verschuift de romaninhoud richting veiligheid en herkenbaarheid. Het persoonlijke en traumatische verdringen de verzonnen werkelijkheid – alsof fictie geen diepere waarheden kan bevatten dan de feiten. Waar romans ooit het publieke gesprek voedden, is die rol nu overgenomen door podcasts, streamingseries en influencers. Deze nieuwe dragers hebben één ding gemeen: snelheid. Ze leveren kant-en-klare oordelen in minuten of seconden, afgestemd op algoritmen die bevestigen wat de luisteraar of kijker toch al denkt. Er is geen ruimte voor omwegen of aarzelingen. De roman daarentegen dwingt tot vertraging, laat vragen open, confronteert met tegenstrijdigheden. In een mediadynamiek waarin nuance wordt gezien als ruis, verliest de roman automatisch terrein. Overal vrouwen Daar komt bij dat het boekenvak, zoals ik al signaleerde, in hoog tempo feminiseert. Uit cijfers die in het Britse vakblad The Bookseller werden gepresenteerd, blijkt dat meer dan 80 procent van de medewerkers in uitgeverijen vrouw is, met name in de jongere cohorten. In Nederland en Vlaanderen zie je hetzelfde patroon: redacteuren, publiciteitsmedewerkers, boekverkopers en lezers – het zijn bijna zonder uitzondering vrouwen. Voor de literaire roman kan dat problematisch zijn. Niet omdat vrouwen slechte lezers of makers zouden zijn, maar omdat het genre gebaat is bij een brede culturele inbedding. Een ecosysteem dat grotendeels door één geslacht gedragen wordt, verliest aantrekkingskracht bij de andere helft van de bevolking. Het gevolg: de roman wordt een vrouwenzaak, en mannen haken af. De huidige romance-trend onder jongeren illustreert dat. Dankzij Booktok en reeksen als die van Colleen Hoover en Anna Huang stromen jonge vrouwen weer de boekhandel in. Dat is op zich goed nieuws – elke lezer is er één. Maar de trend versterkt het beeld dat lezen in de eerste plaats een vrouwelijke bezigheid is, gericht op emoties, relaties en herkenbare verhaallijnen. Voor jongens en jonge mannen is er geen vergelijkbare hippe, contemporaine leescultuur. Waar is de nieuwe generatie avonturenromans, uitdagende essays of visionaire sciencefiction die hen zou kunnen aanspreken? Terwijl de boekhandel zich vulde met pastelkleurige romantitels, haakten jonge mannen af – en verdwenen ze als lezers van literatuur. Het nieuwste aanbod boekentips, boeiende verhalen en toonaangevende stemmen: onze wekelijkse boekennieuwsbrief maakt je wegwijs. Door je in te schrijven voor deze nieuwsbrief zijn de privacyverklaring en de gebruiksvoorwaarden van toepassing. Het wrange is dat de samenleving ondertussen wél de aantrekkelijkheid van een lezende man signaleert. The New York Times schreef onlangs over hoe sexy mannen worden gevonden die een boek lezen in het openbaar: op een terras, in de trein, of zelfs op een datingprofiel. Het beeld van de lezende man is dus cultureel nog steeds krachtig en positief geladen, maar de praktijk is dat steeds minder mannen daadwerkelijk een roman openslaan. Het contrast tussen imago en realiteit is pijnlijk. We lijken het idee aantrekkelijk te vinden, maar we doen er niets aan om die werkelijkheid te voeden. Het boekenvak draagt daar zelf een flinke verantwoordelijkheid in. Door bijna uitsluitend tegemoet te komen aan de vrouwelijk georiënteerde lezer, jaagt het jonge mannen weg. Uitgeverijen en boekhandels zouden de moed moeten hebben om ook in te zetten op spannende, uitdagende, visionaire literatuur die een ander publiek aanspreekt. Het is niet alleen een kwestie van smaak, maar van overleving: een cultuur die de helft van haar potentiële lezers niet bedient, graaft haar eigen graf. De markt De dreiging komt bovendien van buitenaf. Het Engelstalige boek verovert in hoog tempo de Nederlandstalige markt, vooral onder jongeren. Die slaan vertalingen over, kopen in het Engels en volgen wereldwijde hype-campagnes. Voor uitgevers wordt investeren in originele Nederlandstalige literatuur minder rendabel. Wie uitsluitend publiceert wat in het Engels al werkt, bouwt onbewust mee aan de ontmanteling van het eigen literaire ecosysteem. En dan is er AI. Een paar regels tekst volstaan om een taalmodel een roman te laten produceren, compleet met plot, stijl en thematiek. Dit is fictie zonder ervaring, zonder falen, zonder morele zoektocht. Het wordt niet gemaakt omdat het beter is, maar omdat het sneller en goedkoper kan. Daarmee dreigt de roman te verschuiven van een menselijke daad van betekenis naar een synthetisch product dat enkel de markt dient. Wat er op het spel staat, is niet alleen een genre, maar een vorm van denken. De roman is een plek waar het onzekere mag blijven bestaan, waar taal niet alleen doorgeefluik is maar ook weerstand biedt, waar morele tegenstrijdigheden niet meteen gladgestreken worden. Juist nu alles meetbaar, efficiënt en doorzichtig moet zijn, is die ruimte onmisbaar. Dat kan alleen als twee voorwaarden worden vervuld. Uitgevers moeten de moed hebben om ruimte te blijven maken voor serieuze fictie en non-fictie, ook als de markt schreeuwt om louter commerciële titels. En lezers moeten hun eigen rol erkennen: wie wil dat zulke boeken blijven bestaan, moet ze kopen, lezen en erover spreken. Anders blijft de roman zichtbaar in de winkel, maar dood in het gesprek. En een cultuur die stopt met lezen, stopt uiteindelijk ook met denken. DSL, 21-08-2025 (Paul Sebes) |